Afgelopen woensdag was het zover. Samen met mijn schoonzus meldde ik me ‘s ochtends bij het LUMC. Eerst bloedprikken, daarna naar de oncoloog en daarna naar de chemo. Een heleboel wachtkamers gezien, wel fijn om dan gezelschap te hebben! Mijn bloed was goed, dus ik mocht de tweede chemo . Verder besproken we met de oncoloog welke bijwerkingen ik had ervaren en of zij nog verwachte dat dit ging verergeren. In principe verwacht ze alleen dat de vermoeidheid wat toeneemt en de rest van de bijwerkingen het zelfde blijven. Zoals ik het nu ervaar is het iedere keer de tweede dag na de chemo dat ik me beroerd voel. Ik ben dan misselijk en de afgelopen keer moest ik in de ochtend helaas overgeven. Maargoed het is maar een dagje dat ik me dus echt beroerd voel en de rest van de dagen zijn echt prima te doen! Niets te klagen dus.

Ook hebben we het type borstkanker nog even wat uitgebreider besproken met de oncoloog, omdat we door het wisselen van ziekenhuis deze informatie niet echt uitgebreid besproken hebben. Op dit moment ziet het er allemaal erg gunstig uit. Ik schijn een niet veel voorkomende soort te hebben (lobulair) maar wel hormoongevoelig en daarmee ook een van de best behandelbare types. Dat ik alsnog het hele menu aan behandelingen krijg heeft te maken met mijn leeftijd en het feit dat het ook in m’n lymfeklieren zit. Ze willen met de chemo voorkomen dat er op andere plekken ook kanker gaat ontwikkelen.
Tijdens de chemo hebben we ook de opties voor een port a cath besproken met de verpleegkundigen. Ik heb maar twee plekken die goed te prikken zijn en deze keer bleef het infuus maar piepen, omdat het lijntje in m’n ader niet goed zat. Ze voorzien dat het prikken alleen maar lastiger wordt, dus bij de volgende chemo of die erna krijg ik een port a cath. Dit is een klein kastje onder de huid die ‘aangesloten’ is op een ader en dit kastje kunnen ze dan aanprikken in plaats van mij 🙂
Verder probeer ik erg positief te blijven, ik geloof dat dit me goed af gaat. Rowen gaat er gelukkig steeds beter mee om en voor hem is het allemaal al ‘normaal’ .
Het enige lastige blijf ik vinden is dat je niet weet of de kanker ooit terugkomt, of dat het alsnog gaat uitzaaiien en hoe lang ik dan nog heb. En dan vooral hoe lang Rowen zijn mama nog heeft. Maar hierin mogen we gelukkig op God vertrouwen. Hij zorgt voor ons, Hij heeft ervoor gezorgd dat de borstkanker aan het licht kwam. En nu schijnt Hij iedere dag Zijn licht op ons en draagt ons door deze moeilijke periode heen. Dankbaar ben ik dat ik Hem 6 jaar geleden heb leren kennen, zonder Hem was dit een veel zwaardere strijd geweest.
Vaak denk ik aan het gedicht dat ik ook bij mijn getuigenis gebruikte toen ik mij liet dopen:
Ik droomde eens en zie
ik liep aan ’t strand bij lage tij.
Ik was daar niet alleen,
want ook de Heer liep aan mijn zij.
We liepen samen het leven door,
en lieten in het zand,
een spoor van stappen; twee aan twee,
de Heer liep aan mijn hand.
Ik stopte en keek achter mij,
en zag mijn levensloop,
in tijden van geluk en vreugde,
van diepe smart en hoop.
Maar als ik het spoor goed bekeek,
zag ik langs heel de baan,
daar waar het juist het moeilijkst was,
maar één paar stappen staan.
Ik zei toen “Heer waarom dan toch?
Juist toen ik U nodig had,
juist toen ik zelf geen uitkomst zag,
op het zwaarste deel van mijn pad…”
De Heer keek toen vol liefde mij aan,
en antwoordde op mijn vragen;
“Mijn lieve kind, toen het moeilijk was,
toen heb ik jou gedragen…”
Ook nu draagt Hij ons.
Liefs Mies
